Het Grote Gebeuren

+ + +

ex-groningers

 

Tijdens prozafestival Het Grote Gebeuren op zaterdag 2 november 2013 mocht ik op het hoofdpodium drie schrijvers en één dichteres bevragen over hun jaren in Groningen. De noemer: Denkend aan Groningen. De zaal was vol en bleef het uur lang vol. Dirk van Weelden, die ooit in een Selwerdflat woonde, begon in deze stad samen met Martin Bril, die een kamer had boven een modellenwinkel aan de Vismarkt, zijn literaire hemelbestorming. In zijn meest recente roman Het Laatste Jaar beschrijft hij een deel van deze periode. Ellen Deckwitz, die de C. Buddinghprijs won met haar debuutbundel De steen vreest mij uit 2011, had scherpe herinneringen aan de mede-dichters die ze in Groningen ontmoette, maar vooral ook aan de pleinvrees waarmee ze in de stad kampte. Bert Wagendorp herinnert zijn diepgaande gebrek aan ambitie, dat pas na jaren een draai nam toen hij een sollicitatiebrief postte die geadresseerd was aan de sportredactie van de Leeuwarder Courant. Een scharniermoment in zijn leven, vlakbij het Noorderplantsoen. Schrijver Erik Nieuwenhuis woonde vanaf midden jaren tachtig dertien jaar in Groningen, een periode die eveneens gekenmerkt werd door de demonstratieve weigering om echt deel te nemen aan de maatschappij. Belangrijk was dat hij uiteindelijk in De Spiegel een literaire geestverwant tegen het lijf liep - net zoals het cruciaal was dat Dirk van Weelden in Groningen Martin Bril leerde kennen - waarna hij eindelijk toch iets ´initiatiefachtigs´ deed: de oprichting van tijdschrift Schrijvers & Caravan, waaraan hij 'met de hand op het hart' nooit een cent verdiend heeft.

Het hele gesprek, een klein uur, is hier online terug te luisteren. De eerste paar minuten ontbreken. Begonnen wordt met Bert Wagendorp, die uitlegt waaraan hij als eerste denkt als hij per trein of auto Groningen weer binnenkomt. ´Die stad is in de kern weinig veranderd.´

Bovenstaande foto is van Coen Peppelenbos, die hier een verslag van de avond schreef. RTV Noord maakte eveneens een reportage.