Diaconie in de Nederlandse kerken

publicatie + + + +

Voor maandblad De Nieuwe Koers schreef ik een achtergrondartikel over de huidige aanblik van de diaconie in de Nederlandse kerken. Juist nu de overheid zich enigzins terugtrekt en de economische crisis voelbaar is, begint het hart van de diaconie harder te kloppen. Zo blijkt. Het begin van het artikel:

De Rotterdamse predikant At Polhuis slaakte begin 2005 een noodkreet. De hervormde gemeente waarvan hij de voorganger was, vergrijsde in een hoog tempo. Als hij op zondagochtend de kansel besteeg, zijn bijbel open sloeg en daarna een blik wierp op de gemeenteleden die naar hem opkeken, zag hij louter zestigers in de kerkbanken zitten. Met lede ogen moest hij toezien hoe de kerken leegliepen, zonder dat er een jongere generatie voor in de plaats kwam. Maar ondertussen werd door de PKN tonnen gepompt in het diaconaat: de dienst der barmhartigheid aan armen en andere hulpbehoevenden. Dat moest stoppen, dacht hij. Laat de kerk eerst zichzelf redden, en daarna de rest van de wereld.

Acht jaar later lijkt zijn oproep weinig navolging te hebben gekregen. Eén reden is dat de noodzaak van het diaconaat sindsdien alleen maar groter geworden is. Dankzij de economische crisis groeit in Nederland de armoede. Ook trekt de overheid zich deels terug als het gaat om de zorg voor ouderen en zieken. “Met de  afbraak van de verzorgingsstaat en de door de overheid gestimuleerde participatiesamenleving zullen burgers de gaten moeten opvullen die de overheid laat ontstaan”, zegt Hayo Wijma bijvoorbeeld. Hij is docent gemeenteopbouw aan de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. Dit najaar verschijnt van zijn hand een handboek voor diakenen. “Gaan kerkgemeenten deze ontwikkelingen begrijpen?”, vraagt hij zich hardop af. “Gaan zij er van overtuigd zijn dat hierin misschien een roeping ligt voor christenen? Gaan diakenen ontdekken dat zij misschien een voortrekkersrol hebben?”

Een andere reden is dat de diaconie eenvoudigweg niet is los te weken van de kerk. “In mijn opvatting heeft iedere christen een sterk diaconale kant, of hij is nauwelijks christen te noemen”, zegt Lútzen Miedema zelfs. Hij was van 2006 tot 2011 diaconaal predikant voor de protestantse kerk van Zwolle en werkte jaren als wat hij voor het gemak ‘diaconaal consulent’ noemt. Zijn hele leven zet hij zich in voor mensen die om wat voor reden dan ook hulp nodig hebben. “Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit bewust voor heb gekozen. Het is op mijn weg gelegd, zo simpel is het. Het is één van de weinige dingen waarvan ik zeker weet dat God het gedaan heeft. Dan moet je op een gegeven moment ‘ja’ zeggen.”

Bert Roor heeft de Polhuis-discussie in 2005 goed gevolgd. Hij is docent missionair-diaconaal werk aan de Christelijke Hogeschool in Ede, noemt zichzelf een ‘hervormde evangelical’ en is sterk beïnvloed door zijn tijd als jongere bij Youth for Christ in de jaren zeventig. Zijn statement is dat de diaconie een zieltogende kerkgemeente juist tot leven kan wekken. Hij verwijst naar een vergrijsde Luthers-piëtistische gemeente in Heidelberg die qua ledenaantal opbloeide toen de kerk zich naar buiten ging richten en zich onder meer inzette voor immigranten. Hetzelfde geldt voor de International Christian Fellowship-kerk in Rotterdam-Charlois, dat eerder een vergrijsde gemeente was van christelijk-gereformeerde snit. In Zaanstad en Utrecht zijn soortgelijke voorbeelden te vinden. “Dat zijn typisch kerken die heel sterk op hun omgeving gericht zijn. Ik geloof dat het wordt gezegend als je doet wat God van je vraagt. Een kerk in krimp die naar binnen gericht raakt, is ten dode opgeschreven.”

Dat treft: de laatste vijftien jaar is er een diaconale opbloei te zien in kerkelijk Nederland. “De kerk is qua diaconaat een slapende reus geweest”, zegt Roor, “die zichzelf in slaap heeft laten sussen door alle professionele hulpinstellingen en subsidieregelingen. Dat was vooral zo in de jaren zeventig, tachtig en ook negentig. Zeker sinds 2000 is er een enorme diaconale opleving aan de gang. Sommige kerken pakken dat als eerste op, andere kerken zijn afwachtender, of zijn daar niet meer toe in staat omdat ze te zwak zijn geworden. Er zijn ook voorbeelden van grote kerken, zoals de baptistengemeente in Drachten. Die gemeente kreeg steeds meer hulpvragen, ook psychische, en heeft een stichting voor hulpverlening opgericht: In de Bres. Dat lijkt op wat de International Christian Fellowship gedaan heeft in Rotterdam met House of Hope, dat een hulpkanaal is voor de mensen met verschillende etnische achtergronden die in hun kerk komen.”