Portret Bernd Timmerman

publicatie + + + +

Bernd Timmerman (48) is dierenrechtenactivist. Hij zat in het bestuur van Partij voor de Dieren, was betrokken bij de oprichting van LLiNK en zat in de directie van de Dierenbescherming. Nu werkt hij bij CoMensha, het coördinatiecentrum mensenhandel en de Federatie Opvang, dat zich bezighoudt met daklozen- en vrouwenopvang. Maar hij zet zich nog steeds in voor dierenrechten. Dat mensen melk drinken vindt hij een tragische grap. De bio-industrie behoort volgens hem tot de grootste wreedheden van de mensheid.

,,Mijn natuurlijke stemming, al sinds jongs af aan, noem ik ‘verdrietgelukkig’. Dat betekent dat ik enorm gelukkig ben met mijn vrouw, mijn moeder, mijn zus, mijn vader, familie en vrienden, en dat ik gelukkig ben dat ik gezond ben, dat ik me mag inzetten, dat ik naar ballet mag of naar een musical kijken, dat ik boeken mag lezen, films mag zien. Want ik houd van heel veel dingen. Maar ik ben verdrietig als ik kijk naar alles wat er op mijn netvlies staat. Dat verdrietgelukkige zit wel in mij.

Je hoeft niet heilig te zijn om leuk te leven. Ik drink gewoon een glas wijn en lekker bier en kijk naar series waarin ook moord en doodslag plaatsvindt. Ik speel mijn board games, ik ga naar musea. Dat zijn dingen die andere mensen ook leuk vinden. Maar ik moet wel heel vaak denken aan leed, als ik weer een artikel binnenkrijg of beelden toegestuurd krijg van levende honden die in China in de olie worden gegooid, of katten die levend geplukt worden nadat ze uit de frituurpan zijn gehaald. Dan voel ik een combinatie van kwaadheid en verdriet. Dus ik ben niet de Gerard Joling van de dierenbeschermingsbeweging.

China is de evil empire van het dierenleed. Over die Chinese wreedheid stel ik nog steeds vragen, ook in het boek dat ik aan het schrijven ben. Wat ik nu zeg kan gevaarlijk zijn, in de zin dat mensen dat niet begrijpen: maar vroeger had je de vraag waarom de geallieerden Auschwitz niet gebombardeerd hebben. Ze wisten wat daar gebeurde. Hoe kun je die hel laten voortbestaan? Soms denk ik: hoe kunnen wij de Chinese markten laten voortbestaan? Waarom bombarderen wij ze niet?

Ik weet dat dit als een volstrekt radicaal en onaanvaardbaar standpunt wordt gezien. Laatst heb ik een artikel geschreven over de bescherming van olifanten die met uitsterven worden bedreigd. Ik heb geen moreel probleem met het inzetten van drones tegen degenen die met grote wapens hele kuddes olifanten afschieten. Dat is die strijd tussen goed en kwaad. Ik vind dat er ook machtsmiddelen kunnen worden ingezet, niet alleen ten behoeve van mensen, maar ook ter bescherming van dieren. Ik kan me voorstellen dat in de komende jaren de Veiligheidsraad zou beslissen om in te grijpen in een land waar een massamoord op dieren plaatsvindt.”