Oecumenisch huwelijk

publicatie + + + + +

Artikel voor De Nieuwe Koers over het oecumenische huwelijk van Idelette Otten, PKN-predikant in Vleuten, en Henk Schoon, pastoor in de oud-katholieke kerk.

De volledige tekst staat hieronder:

Het was begin jaren tachtig toen de jonge theologiestudent Henk Schoon arriveerde op de Universiteit van Amsterdam. Hij was groot geworden in de oud-katholieke kerk en was van plan om na zijn studie priester te worden. Maar hij merkte dat het onder zijn mede-studenten niet bon ton was om een diep godsbesef te tonen. Theologie studeerde je vooral vanwege een wetenschappelijke interesse, was de gedachte. Anders niet.

Daarom was het opzienbarend toen hij domineesdochter Idelette Otten tegen het lijf liep, herinnert hij zich. ‘Tijdens een van de eerste bijeenkomsten op de universiteit zag ik ineens een meisje dat recht stond voor haar geloof en dat ook zo zei: ‘Ik heb een vader die dominee is en ik ga naar de kerk.’ Ik dacht: wow! Daar had ik gelijk bewondering voor. Voor mij was het kerk-zijn heel belangrijk; ik bleef toen ik in Amsterdam woonde altijd nog terugreizen naar IJmuiden, waar ik ben opgegroeid, om te kunnen zingen in een Gregoriaans zangkoor, dat geleid werd door mijn broer. Dat was als een tweede familie. Ik voelde me als student wat alleen in die grote stad en de kerk was een beschermend, warm nest waarin ik kon terugkeren. En ineens was daar iemand die dat ook zo verwoordde.’

Het gevolg van die ontmoeting was verliefdheid en daarna een waar oecumenisch huwelijk. Want Henk werd pastoor in de de oud-katholieke kerk en zijn echtgenote predikant in een PKN-gemeente. Voor Idelette, vernoemd naar de vrouw van Calvijn, was het geen optie om lid te worden van de oud-katholieke kerk. Want deze katholieke kerk – die los van Rome staat, de pauselijke onfeilbaarheid niet accepteert en geen verplicht celibaat heeft - had in die jaren nog geen vrouwen als priester. Toch voelde Idelette zich er thuis. ‘Kijk, ik ben opgegroeid met een dominee als vader, die meegenomen werd in een liturgische beweging in de protestantse kerk’, vertelt ze. ‘Hij wisselde op een gegeven moment van een zwarte naar een witte toga. Ik zat altijd in de cantorij en leerde Kyrië en Gloria zingen. De kerkdienst was geen onemanshow van de dominee, maar de gemeente had een erg actieve rol in de liturgie. Dat herkende ik ook in de oud-katholieke kerk.’

‘Vroeger zeiden we altijd: twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’, vertelt ze. ‘Totdat een vrouw een keer tegen mij zei dat je eigenlijk moet zeggen: twee geloven op één kussen, daar is de Heilige Geest aan het klussen. En zo ervaar ik dat ook.’ Als predikant introduceerde Idelette Otten katholieke  rituelen in haar kerkgemeente in Enkhuizen, waaronder het branden van kaarsen en het zalven van dopelingen. Ze noemt zichzelf ook nadrukkelijk ‘katholiek’, om te onderstrepen dat de PKN afstamt van de katholieke traditie in de allereerste eeuwen van het christendom.

Toch ging het binnen hun huwelijk niet vanzelf, met name niet toen ze kinderen kregen. De doop van hun oudste dochter was het resultaat van een rituele improvisatie: ze werd gedoopt door een oud-katholieke bisschop in een protestantse kerk. Bij hun tweede kind ging het al anders: zij werd gedoopt in een volledig protestantse  kerkdienst. Idelette: ‘Ik vond het toen heel bijzonder dat Henk zei: we hoeven niet per se én een oud-katholieke inbreng én een protestantse inbreng.’ Henk: ‘Een andere opvatting van oecumene is dat je de andere kerk zo waarachtig ‘kerk’ vindt, dat deze een gestalte is van Christus en van Gods volk onderweg, dat je daar heel gelukkig in kunt zijn, ook al ben je zelf van een andere kerk.’

Die wederzijdse open houding hebben zij door de huwelijksjaren heen geboetseerd, zegt Henk.  ‘Idelette stelt soms vragen die mijn waarheden tussen aanhalingstekens plaatsen. Omdat ik van haar houd heb ik de bereidheid om die opnieuw te overdenken. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.’ Cruciaal voor hem blijft de eucharistie. Het heilig avondmaal uit de protestantse kerk steekt daar bleekjes tegen af. ‘De waarheid daarin is voor mij dat het een werkelijke godsontmoeting is. Dat is waarheid. Als mijn vrouw zegt: ‘dat is bij mij in de viering niet anders’, dan denk ik: nee, dat kan niet. Dat strookt niet met de ervaring die ik door de jaren heen heb opgedaan. Die hele eucharistie lijkt zich te richten op het feit dat je in contact komt met de Here God. Je wordt op dat moment persoonlijk aangesproken. Dat is zo werkelijk dat alles daarnaar gevoegd wordt, waaronder ook mijn lichaamshouding: ik buig. Als jonge jongen vond ik al die gebaren vreselijk, maar later kreeg ik door dat de eucharistie een wezenlijke godsontmoeting is en dat je buigt voor Hem die binnenkomt. Als je die onwennigheid overwint, dan zit daar een overgave in waarin ik mijn individualisme, het gevangen zijn in het ‘ik’, kwijtraak.’

Desondanks neemt Henk ook deel aan het heilig avondmaal en Idelette aan de eucharistie. Typerend voor hun oecumenische overtuiging is het Katholiek Appel, waarvan zij vorig jaar, samen met anderen, initiatiefnemer waren. Hiermee riepen zij alle Nederlandse kerken op om na te gaan in hoeverre zij nog ‘katholiek’ zijn en zich verbonden voelen met de christelijke gemeenschap door de tijden heen. Een doel is om kerkelijk navelstaren te voorkomen.

De hamvraag is: zien zij hun gemengde huwelijk als een toonbeeld van verscheurdheid of van eenheid? ‘Die verscheurdheid is er wel’, antwoordt Henk. ‘Omdat die kerken zo gespleten zijn, kunnen we niet het geloof zo samen vieren zoals ik dat graag zou zien. We hebben elkaar gevonden, maar meer doordat we door de liefde een brug hebben weten te slaan. We hebben een manier gevonden om elkaar vast te houden, zoals zoveel echtparen en mensen door die gespletenheid manieren moeten vinden en uitvinden om dat geloof ook goed in de relatie te kunnen beleven. Dat hebben we zélf moeten doen. De oecumene die er al in de kerken is, helpt allemaal wel, maar ik voel het áltijd als een belemmering, als iets wat nog niet voltooid is.’

‘Ik zou dat compleet anders beantwoorden’, antwoordt Idelette daarentegen. ‘Ik zou helemaal niet zoals jij die verscheurdheid willen benadrukken, maar het verlangen naar eenheid dat ik in verschillende kerken heel erg zie. Voor mij was heel belangrijk dat wij twee jaar geleden naar Port-Royal gingen, een klooster waar bij Parijs nog de ruïnes van staan. Daar waren we bij elkaar met een groep mensen, waaronder (ex-)rooms-katholieken, oud-katholieken en (ex-)protestanten. En daar voelde ik een enorme eenheid. Op de puinhopen van dat klooster hebben we toen de eucharistie gevierd. En als ik hier in Vleuten naar het middaggebed ga van de rooms-katholieke zusters, dan voel ik ook daar de verbondenheid en hetzelfde verlangen naar eenheid.’