Interview militair historicus Christ Klep

publicatie + + + + +

Met militair historicus Christ Klep sprak ik naar aanleiding van zijn boek Van wereldmacht tot 'braafste jongetje'. Lees hier het hele stuk.

Daarin zegt hij onder meer dat Nederland actief een bedreiging 'zoekt'. Zie deze uitsnede:

U schrijft dat sinds het einde van de Koude Oorlog Nederland niet meer bedreigd wordt: daarom wordt de inzet van het leger niet meer bepaald door het verdedigen van ons land, maar door politieke ambities. Wat bedoelt u met dat laatste?

,,Door een hele reeks internationale ontwikkelingen ziet Nederland zichzelf niet meer als een land dat existentieel bedreigd wordt. Wel zie je langzaam maar zeker dat er wordt geprobeerd om een plaatsvervanger te vinden qua bedreiging: dan is het de internationale terreur, dan is het Rusland…”

Men zoekt áctief naar een bedreiging?

,,Ja, want Rusland is natuurlijk geen existentiële bedreiging voor ons. Rusland heeft een economie ter grootte van Italië. Het zal zelfs de Baltische Staten waarschijnlijk niet gaan veroveren, omdat het dat niet kan of niet op langere termijn kan volhouden. Ook China wordt als bedreiging genoemd: we kopen de Joint Strike Fighters en we kopen nieuwe onderzeeboten, omdat we ooit misschien de confrontatie aangaan met China. Tja, als dat het overwegend argument is, dus als Nederland vanaf de allereerste dag wereldwijd moet meedoen aan grote oorlogen, dan moeten we maar gelijk vijf miljard extra in Defensie stoppen.”

Wie heeft er belang bij om een bedreiging te zoeken?

,,De existentiële reden achter het bestaan van een krijgsmacht is uiteindelijk de verdediging van het vaderland. Je ziet de behoefte bij de krijgsmacht, zeker bij de marine en de luchtmacht, om het in dat vat te gieten: we moeten nog wel in staat blijven om een grote verdedigingsoorlog te voeren. En daarvoor hebben we spullen nodig: tanks, de JSF, de onderzeeboten. Tot aan het eind van de Koude Oorlog was de krijgsmacht een vanzelfsprekendheid, met een betrekkelijk groot dienstplichtleger dat gedeeltelijk gestationeerd werd in Duitsland om daar de Russen tegen te houden. Maar nu er geen existentiële dreiging meer is, leert de ervaring, en daar is de krijgsmacht ook bang voor, dat ‘het vredesdividend’ blijvend geïncasseerd wordt: er is geen dreiging meer, dus hoeft het defensiebudget nauwelijks omhoog.”