Essay: leven met aandacht

publicatie + + + +

Voor tijdschrift VolZin schreef ik een essay over leven met aandacht. Hier staat het hele stuk.

De openingsalinea's staan hieronder:

Een aantal jaren geleden sprak ik, dankzij de zegen van een Skype-verbinding, met schrijver Pieter Waterdrinker. Op mijn tablet zag ik de bewegende afbeelding van zijn gezicht, die as we spoke door een paar duizend kilometer aan kabels naar mij toe raasde; vanuit zijn appartement in Moskou naar mijn huis in Groningen.

Naar aanleiding van zijn toen nieuwste roman hadden we een gesprek over zijn jeugdjaren in een hotel in Zandvoort, dat door zijn ouders werd uitgebaat, over zijn literaire ideeën als journalist en romanschrijver, over zijn levensfilosofie. Maar ook over wat in een mensenleven soms het teerste gespreksonderwerp is: geluk.

Bij dat laatste vertelde Pieter Waterdrinker iets wat mij bijbleef, omdat ik het herkende. “Wat mij ontroert”, zei hij, “is een man of een vrouw die een ambacht beoefent en daar volledig in opgaat. Mijn vader was kok. Hij was buitengewoon intelligent, maar heeft nooit kunnen studeren. Later heeft hij als koksmaatje gevaren naar Zuid-Amerika, is hij kok geworden en heeft hij een klein hotelletje opgebouwd met een restaurant. Die man heeft nooit geklaagd over zijn lot, maar heeft altijd de zin van zijn leven en ook zijn plezier gevonden in het werk dat hij deed. Mijn vader is overleden, maar als ik nu bijvoorbeeld in Nederland ben, in Frankrijk of hier, en ik zie iemand plezier hebben in zijn werk, of dat nou een bakker is of een slager, het kan ook een zanger zijn, dan zie je een totale harmonie tussen wat iemand is, wat hij wil en wat hij doet. Als dat samenkomt, hangt daar bij sommige mensen een soort aura omheen. Dat is mooier dan kunst. Dan begin ik van ontroering te zweven. Dat meen ik echt.”

Als een mens ontroering voelt, dan is hij achter zijn ribbenkast geraakt aan iets kwetsbaars. In het geval van Pieter Waterdrinker zal dat komen door de blik die hij als jongen op wijlen zijn vader heeft geworpen, wanneer die ijverig arbeidde in de keuken van het hotel. Het zal behalve dat ook te maken hebben met een verlangen in hemzelf, naar een vereenzelviging die hem ontglipt. “Toevallig heb ik het geluk dat wat ik doe samenvalt met wat ik wil”, zei hij over zijn vak als schrijver. “Maar dat heeft bij mij niet zoveel met harmonie te maken, want voor de rest val ik helemaal niet samen. Ik ben altijd in onmin met de wereld. Ik heb een hekel aan hypocrisie. Ik maak me kwaad over onrecht. Misschien moet je het zo formuleren: waarmee ben ik blij dat het gelukt is? Dat ik in ieder geval een schim ben van de banketbakker die helemaal gelukkig is in zijn werk en een schim van het geluk dat hij als een nimbus kan uitstralen.”